Spreektekst debat over een experiment met soepelere bijstandsregels in Amsterdam

Tijdens het debat over een experiment van Amsterdam met soepelere bijstandsregels sprak Chantal erover dat het bizar is dat Amsterdam mensen in de bijstand van gratis geld wil voorzien, zonder dat zij daar maar iets voor hoeven terug te doen. Dit is een belediging voor de hardwerkende Amsterdammer! Lees hieronder de hele spreektekst:

Voorzitter, ik zei het al eerder, het is bizar dat je als hardwerkende Amsterdammer moet lezen dat jouw gemeente mensen in de bijstand van gratis geld voorziet zónder daar ook maar iets voor terug te hoeven doen. En als ze dan uiteindelijk gedeeltelijk aan het werk gaan, mogen ze naast hun uitkering ook nog eens 2 jaar lang omgerekend elke maand 200 euro bijverdienen. Hoe is dit nog uit te leggen?!

 

Voorzitter, laat ik vooropstellen dat de bijstandsuitkering een groot goed is voor mensen die noodgedwongen in een situatie terechtkomen waardoor ze zonder inkomen komen te zitten. Maar de bijstand is wel een tíjdelijke voorziening. Juist de tegenprestatie kan erbij helpen om vanuit de bijstand zo snel mogelijk weer aan het werk te komen. Amsterdam denkt daar echter anders over. Bij monde van de wethouder kondigde Amsterdam aan een eigen experiment te starten met een ‘regelluwe bijstand’. Een eigen experiment omdat Amsterdam géén toestemming krijgt van het ministerie van Sociale Zaken om mee te doen met het landelijke experiment om onder voorwaarden af te wijken van de Participatiewet. En in plaats ervan dat Amsterdam dacht dan alle energie te gaan richten op het begeleiden van mensen naar een baan, hebben ze alle tijd gestoken in het speuren naar mogelijkheden om mensen in een uitkering te houden en hen binnen de kaders van de wet tóch iets bij te laten verdienen. Die mogelijkheid hebben zij gevonden in artikel 31 onderdeel J. Dit artikel maakt het mogelijk om een periodieke premie uit te keren. Deze premie is bedoeld om uit te kunnen keren aan mensen die actief bezig zijn geweest met activiteiten gericht op hun arbeidsinschakeling. Amsterdam gaat deze premie nu inzetten als bijverdien ruimte. Dus als je gaat werken naast je uitkering, lever je je salaris in en na zes maanden krijg je er een deel van terug. Klinkt niet echt aantrekkelijk en in mijn oren juist asociaal.

  

Voorzitter, de Participatiewet gaat uit van maatwerk. Ook het betreffende artikel 31, waar Amsterdam zich op baseert, zegt ; “voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling”. Het kan dus niet zo zijn dat de gemeente Amsterdam iedereen die zich aanmeldt voor de proef op voorhand de premie kan beloven en toekennen. Ik wil graag van de staatssecretaris weten of zij het op dit punt met mij eens is en wat dit betekent voor de proef in Amsterdam?

 

Daarnaast zie ik meerdere gemeenten die als het gaat om de verplichte tegenprestatie de wet aan hun laars lappen, zoals Utrecht, Zwolle, Breda en Eindhoven. Voorzitter, ik wil graag van de staatsecretaris horen welke actie zij hiertegen gaat ondernemen. Het kan niet zo zijn dat deze gemeenten de regels gewoon naast zich neerleggen zonder consequenties? Ik krijg dat niet uitgelegd. Zeker niet aan mensen die elke dag hard werken om in hun eigen inkomen te voorzien.

 

Een laatste verzoek richting de staatssecretaris. De proef in Amsterdam is géén onderdeel van het landelijke experiment. De VVD verwacht dus ook dat de uitkomsten hiervan níet worden betrokken bij de evaluatie van het landelijke experiment. Kan de staatssecretaris dit bevestigen?

 

Voorzitter, ik rond af. Het is goed dat er een sociaal vangnet is voor als het even tegenzit, de VVD heeft zelfs aan de oorsprong van dit vangnet gestaan. Maar wij vinden het niet meer dan normaal dat je er dan álles aan doet om er zo snel mogelijk weer uit te komen en gelijktijdig iets terug doet voor je omgeving. De tegenprestatie kan daarbij ook nog eens een opstap zijn naar gewoon werk. Dáár zouden gemeenten wat de VVD betreft hun energie op moeten richten.